Laatste nieuws

  • Een familie van vrienden

    mei 19, 2015
    Als kind werd Thor Koeun opgevangen en ondersteund in het dorp Thkov.  Nu zetten hij en zijn medeleden van de Kiwanis-club van Phnom Penh zich in voor de kinderen in die gemeenschap, door projecten te organiseren op de plaatselijke school.

    De geschiedenis van de eerste Kiwanis-club in Cambodja, die in Phnom Penh, is, zoals bij veel nieuwe clubs het geval is, nauw verbonden met de geschiedenis van zijn charterleden, in het bijzonder met die van charterpresident Thor Koeun.

     Video: Thor Koeun vertelt over zijn angst, zijn overleving en de vreugde die hij vond bij Kiwanis.

    Thor Koeun vertelt over zijn angst, zijn overleving en de vreugde die hij vond bij Kiwanis.

    Nog even, dan is Cambodja officieel vrij van tetanus bij moeders en pasgeborenen. Eén ding staat vast:  Het werkt!  Lees het artikel “Mogelijkheden benutten” in het juni/juli-nummer van Kiwanis-magazine.
    Thor groeide op tijdens de donkere periode van Pol Pot, toen de Rode Khmer Cambodja verwoestte en dood en verderf zaaide onder zijn eigen bevolking.  Thors ouders, die aanvankelijk geëxecuteerd zouden worden, bleven gespaard, maar stierven vervolgens de hongerdood.  Vanaf zesjarige leeftijd was Thor een weeskind. Hij groeide op in een pagode bij boeddhistische monniken, en anderen boden hulp bij zijn verzorging en opvoeding.

    Maar net als bij veel van zijn landgenoten was het ook aan zijn eigen inspanningen te danken dat hij uit het dal kwam. Hij volgde een opleiding, greep zijn kansen en maakte zijn ambities waar.  Net als zijn vaderland maakte hij een soort wederopbouw door.

    Hij maakte carrière en verwierf een hoge positie bij een ministerie als lid van de nationale raad voor de Khmer-taal. Hij wilde iets terugdoen en kansen scheppen voor de huidige generatie kansarme kinderen.

    “Ik wilde kinderen helpen,” zegt hij. Hij werd benaderd door diverse serviceclubs, maar koos voor Kiwanis, omdat zij zich inzetten voor kinderen.

    Er was echter één probleem:  er was geen Kiwanis-club in Cambodja.

    Met steun van leidinggevenden in de Kiwanis-regio Azië-Pacific, het district Maleisië en sponsorclubs in Bupyeong, Inchon, Zuid-Korea en Johor Bahru in Maleisië, kon er in december 2013 een club worden opgericht in Phnom Penh, die in maart 2014 bij de verlening van het charter 50 leden telde, zijn eerste verjaardag in december 2014 vierde met 99 leden, en nu ruim 100 leden heeft.

    De ledenwerving was geen probleem.  Onder de leden van de club zijn veel invloedrijke personen uit Phnom Penh, die weer andere beleidsmakers e.d. aantrekken. De activiteiten van de leden, en vooral ook hun plezier en enthousiasme, zijn snel en wereldwijd zichtbaar op Facebook. Ook hadden de clubleden al gauw een goede relatie met de media in Phnom Penh, die verslag doen van hun activiteiten op tv en via andere kanalen.  Bij de club wordt hard gewerkt en veel plezier gemaakt; iedereen weet dat.  De mensen willen graag lid worden van de Kiwanis-club van Phnom Penh.

    In zijn korte historie heeft de club al veel bereikt in Cambodja.  De lijst van serviceresultaten is lang en omvat een breed scala aan activiteiten, van het verstrekken van goederen aan wezen en kansarme kinderen tot het planten van bomen bij scholen, het doneren van fietsen aan een weeshuis en het opzetten van een tandartspraktijk voor kansarme kinderen. Kort geleden werd er zelfs een liefdadigheidsevenement georganiseerd waarbij Maleisische en Cambodjaanse leden samenwerkten om schoolspullen aan kinderen uit te delen en toiletten aan te leggen in een aantal scholen, in het kader van een zogenaamde “caravan of goodwill”.

    Het meest kenmerkende serviceproject van de club tot nu toe is misschien wel dat in SokAnKdey Tontim, een school in de provincie Takeo.  Eén dag lang werden er door clubleden 400 bomen geplant, verschillende gebouwen geschilderd, werd er een bibliotheek opgezet (inclusief meubels en boeken), voedsel gedoneerd aan de meer dan 1000 leerlingen, leraren en ouders, en een bliksemafleider geïnstalleerd (het gebied staat bekend om zijn vele gevaarlijke blikseminslagen).  De club blijft de school steunen en de leerlingen motiveren door bezoeken af te leggen en prijzen uit te loven.  Dit schoolproject is vooral belangrijk omdat het plaatsvindt in het dorp Thkov, waar Thor woonde.  Zijn Kiwanis-familie stimuleert zijn werkzaamheden, waardoor de cirkel weer rond is: hulp aan kinderen op de plaats waar hijzelf ooit ook hulp kreeg, toen hij die het meest nodig had.

    “Kiwanis betekent eenheid, eerlijkheid en vertrouwen, je steentje bijdragen en vreugde vinden,” zo sprak Thor op het feest ter ere van het eenjarig jubileum van de club.  “Met onze praktische aanpak creëren wij via Kiwanis blijvende vriendschappen, die ons tot één grote familie maken.”  — Amy Wiser
  • Overwinningsdans

    mei 19, 2015
    Deelnemende tieners Makayla Condie en Tel Parmely maken indruk op juryleden, toeschouwers en zichzelf met de lindy-hop.

    Joe en Linda Fabian zijn dol op dansen.  Ze deden mee aan ballroom-wedstrijden en gaven les in walsen, tango en chacha.  Drie jaar geleden introduceerden ze deze sierlijke dansen in hun woonplaats Wheatland in de staat Wyoming (VS), op een nieuwe, spannende manier, waarmee ook geld werd ingezameld.

    Voor de Kiwanis-club in hun woonplaats organiseerde het stel een dansevenement dat lijkt op het tv-programma Dancing With the Stars: “Platte County style”.

    Met hulp van leerlingen van de Wyoming Youth Challenge Academy en andere middelbareschool-leerlingen kon de Kiwanis-club het afgelopen jaar meer dan 3000 vrijwilligersuren bijdragen en 23.000 dollar inzamelen.

    “We beginnen met het vragen van mensen uit de buurt of ze willen meedoen in een groep van twaalf dansers,” vertelt de voorzitter van de pr-afdeling van de club, Linda Fabian.  “Uiteindelijk hebben we dan zes paren, die door loting een dans krijgen toegewezen: de wals, de two-step, de chacha, de triple-two, de rumba of de lindy-hop.”

    Meestal beginnen de dansers een maand of drie voor de wedstrijd met oefenen; ze besteden er honderden uren aan.  “Als de grote dag dichterbij komt, zijn de dansers dagelijks in de studio te vinden,” zegt Linda Fabian.  “Ze leren de techniek en de kenmerken van de dans, hoe ze zich moeten presenteren en natuurlijk hoe ze na afloop een buiging moeten maken.”

    Verder zijn ze ook medeverantwoordelijk voor de fondsenwerving die aan het evenement verbonden is.  De spanning stijgt ten top als de paren strijden om de eerste, tweede en derde plaats op het gebied van fondsenwerving en om de titel Best of Show, die wordt toegekend door een jury.

    Het evenement wordt gehouden in het 4-H-gebouw in de wijk, een smal gebouw met muren van beton, een podium dat meestal als opslagplaats wordt gebruikt en een ouderwetse keuken.

    Maar er is ook een prima dansvloer en plaats voor 250 mensen.  Linda Fabian: “Het gebouw wordt voor één avond verfraaid met verplaatsbare gordijnsystemen, linnen en lichten, groene planten, bogen en tafels, alles zodanig versierd dat je je in New York waant.  Het hoogtepunt van het evenement is onder andere een diner, waarbij de aanwezigen in cocktailkleding worden verwacht.  Bij de extra voorstelling is er een lichte brunch.  Het publiek wordt gevraagd bij alle optredens te stemmen op hun favoriete dansers.”

    “Dit is een dunbevolkt gebied; de bedrijven hier krijgen constant verzoeken om donaties voor verschillende goede doelen,” vertelt clubpresident Jeff Brown.  “Maar dit festijn is zo spannend en er is zo veel belangstelling voor onze twaalf dansers, dat dit een van de bekendste evenementen hier in de regio is.”

    “Ik ben dankbaar dat ik de kans heb om hieraan mee te doen,” zegt deelneemster Amy Windmeier.  “Het is hartverwarmend om te zien hoeveel goeds er voortkomt uit zo’n evenement.”  Amy is kort geleden genezen van kanker; zij ziet haar deelname als een “overwinningsdans.”

    “Door mijn strijd tegen kanker kreeg dit nog meer betekenis voor mij.  Ik leerde waar het echt om gaat in het leven: dansen in de regen en blij zijn dat je het mag doen. Ik vind het een grote eer om op deze manier iets te doen voor de gemeenschap.”  — Foto: Val Bowen
  • Onze geschiedenis tot 1967: een nieuwe school voor Guadalajara

    mei 19, 2015
    De nieuwe school (achtergrond) werd in 1967 gebouwd voor de kinderen uit de barrio en omgeving bij San Francisco, Mexico.

    Ter gelegenheid van het 100-jarig jubileum van Kiwanis wordt een aantal artikelen over successen van clubs in het verleden opnieuw in Kiwanis-magazine gepubliceerd.  Dit verhaal verscheen in het nummer van mei 1967. 

    In 1967 kregen dit kind en andere kinderen uit een sloppenwijk bij Guadalajara in Mexico een plek om te leren — dankzij Kiwanis.

    In 1967 kregen dit kind en andere kinderen uit een sloppenwijk bij Guadalajara in Mexico een plek om te leren — dankzij Kiwanis.
    In San Francisco, een barrio (sloppenwijk) bij Guadalajara in Mexico, zijn de huizen gemaakt van klei, de straten onverhard en is er één waterput voor de hele gemeenschap van 200 gezinnen.  Bovendien was er vóór de komst van Kiwanis geen school.  Wel werd er lesgegeven, door een leraar die door de landelijke regering werd betaald.  Maar het gebouw waarin dat gebeurde, was, zoals een Amerikaanse reporter het beschreef, “niet een hut, maar erger dan een hut; Het stonk er naar urine en afval en het donkere ‘klaslokaal’ had een vochtige moddervloer.”

    Sinds begin 1966 werkte de Kiwanis-club van Guadalajara (Jalisco) aan de bouw van een school in San Francisco.  Eerst namen de Kiwanis-leden contact op met de gemeente. Ze boden aan ruim de helft van het noodzakelijke budget bij te dragen, als de gemeente zou zorgen voor de rest.  De gemeente ging akkoord en de werkzaamheden gingen van start.

    Eind maart 1967, na de nodige vertraging wegens geldgebrek, werden er enkele klaslokalen geopend.  Het is de bedoeling om in september nog een aantal lokalen gereed te hebben.  Uiteindelijk zal de school lokalen hebben voor 1200 leerlingen, een ruimte voor de beheerder, een aula, een volleybalveld, twee grote toiletruimtes en een groentetuintje.  Het complete project heeft een waarde van circa 750.000 peso’s (60.000 dollar – koers 1967).

    Veel werkzaamheden werden verricht door mensen uit de buurt zelf.  Samen met Kiwanis-leden kwamen ze elke zondag bij elkaar op de bouwlocatie, eerst om de fundamenten aan te leggen, later om te metselen of cement te vervoeren, wat ze maar konden.  Bovendien dempten ze de ondiepe, onhygiënische put en wordt er binnenkort riolering aangelegd.  Toen er tijdelijk geen budget beschikbaar was, betaalden ze het loon van de twee dagloners en de metselaar, die doorgingen met het werk.

    “Dit alles betekent veel meer voor de gemeenschap dan de school alleen,” zegt Horacio Ceballos, voorzitter van de bouwcommissie.  “De voordelen zijn niet alleen van materiële aard; er heerst ook een nieuw gevoel van trots in de barrio.”  —Foto’s: Curt Burkhart
  • Onze geschiedenis tot 1966: de lange arm van Kiwanis

    mei 08, 2015
    Kiwanis 100th Anniversary seal

    Dat Kiwanis wereldwijd actief is, blijkt wel uit een project van de Kiwanis-clubs van Reykjavík-Hekla en Reykjavík-Katla op IJsland. Bij dit project was een club van de andere kant van de wereld betrokken: de Kiwanis-club uit de Japanse hoofdstad Tokio.

    Ter gelegenheid van het 100-jarig jubileum van Kiwanis wordt een aantal artikelen over successen van clubs in het verleden opnieuw in Kiwanis-magazine gepubliceerd.  Dit verhaal verscheen in het nummer van maart 1967.
    In de zomer van 1966 hoorden IJslandse Kiwanis-leden dat twee plaatselijke instellingen, de Kankerstichting in Reykjavík en het gemeentelijk ziekenhuis van Reykjavík, dringend behoefte hadden aan apparatuur voor het diagnosticeren van kanker.  Het meest noodzakelijk, volgens de artsen, waren twee gastroscopen om foto’s te maken van de binnenkant van de maag.

    De clubs besloten ieder één gastroscoop aan te schaffen.  De bestelling werd geplaatst en al gauw werden de camera’s van 1000 dollar per stuk bezorgd.  Helaas hadden de artsen ter plaatse geen ervaring met deze camera. Minstens één arts zou naar het buitenland moeten om daarin te worden opgeleid, zodat hij op zijn beurt zijn collega’s kon instrueren.  De Kiwanis-leden gingen op onderzoek uit en ontdekten dat er in Tokio een groot instructiecentrum was.  Dus stuurden ze een prominente arts uit Reykjavík met het vliegtuig naar Japan, met een introductiebrief voor de Kiwanis-club in Tokio.

    Daar aangekomen werd de arts ontvangen en feestelijk onthaald door Tokiose Kiwanis-leden.  Hij werd naar het gastroscoop-trainingscentrum gebracht, waar hij een opleiding kreeg van een paar weken, en vloog daarna weer terug naar Reykjavík.

    Nu wordt er volop gebruikgemaakt van de gastroscopen in de twee ziekenhuizen van Reykjavík. De plaatselijke Kiwanis-leden zijn – in de woorden van de clubsecretaris in 1966, Olafur Einarsson – “de club in Tokio bijzonder dankbaar voor zijn hulp hierbij.”
  • Let the fur fly

    apr 10, 2015
    Jonge hockeyers verzamelen op het ijs gegooide speelgoedbeesten – de voedselbank in Quebec is er blij mee.

    Al tientallen jaren lang is het de gewoonte dat hockeyfans allerlei voorwerpen, bijvoorbeeld plastic ratten en rubber slangen, op het ijs gooien, om hun ongenoegen kenbaar te maken of om het thuisspelende team aan te moedigen. Van officiële zijde wordt dit ontmoedigd en dierenrechtengroeperingen protesteren ertegen, maar in Quebec profiteren kinderen ervan.

    Met medewerking van het Lacroix-Dutil Sportcentrum nodigt de Kiwanis-club van St-Georges-de-Beauce hockeyfans uit om knuffelbeesten mee te nemen naar thuiswedstrijden. Als de ploeg van Cool 95 103.5 zijn eerste doelpunt scoort, gooit het publiek de speelgoedhonden, teddyberen, kikkers, lappenpoppen, roze pony’s, pluchen ruimtewezens en andere donzige speelgoedbeesten op het ijs. Een legertje jongeren, gekleed in hockey-outfit en met helm op, schaatst rond om ze van het ijs te halen.

    Kiwanis-leden en vrijwilligers sorteren de knuffels – zo’n 400 stuks per keer – en leveren ze af bij de voedselbank Moisson Beauce, die de knuffels toevoegt aan de voedselpakketten die rond de feestdagen worden bezorgd bij arme gezinnen.

    “Veel bedrijven hier moesten hun deuren sluiten en er zijn veel banen verloren gaan,” vertelt Carol Poulin, voorzitter van Cool FM in 2010 in een interview. “We weten dat deze schenkingen meer dan welkom zijn bij de gezinnen die het krap hebben.”

    Kiwanians deliver toys to Moisson Beauce, a food bank that packages holiday food baskets for needy families.
blog comments powered by Disqus