Laatste nieuws

  • Overwinningsdans

    mei 19, 2015
    Deelnemende tieners Makayla Condie en Tel Parmely maken indruk op juryleden, toeschouwers en zichzelf met de lindy-hop.

    Joe en Linda Fabian zijn dol op dansen.  Ze deden mee aan ballroom-wedstrijden en gaven les in walsen, tango en chacha.  Drie jaar geleden introduceerden ze deze sierlijke dansen in hun woonplaats Wheatland in de staat Wyoming (VS), op een nieuwe, spannende manier, waarmee ook geld werd ingezameld.

    Voor de Kiwanis-club in hun woonplaats organiseerde het stel een dansevenement dat lijkt op het tv-programma Dancing With the Stars: “Platte County style”.

    Met hulp van leerlingen van de Wyoming Youth Challenge Academy en andere middelbareschool-leerlingen kon de Kiwanis-club het afgelopen jaar meer dan 3000 vrijwilligersuren bijdragen en 23.000 dollar inzamelen.

    “We beginnen met het vragen van mensen uit de buurt of ze willen meedoen in een groep van twaalf dansers,” vertelt de voorzitter van de pr-afdeling van de club, Linda Fabian.  “Uiteindelijk hebben we dan zes paren, die door loting een dans krijgen toegewezen: de wals, de two-step, de chacha, de triple-two, de rumba of de lindy-hop.”

    Meestal beginnen de dansers een maand of drie voor de wedstrijd met oefenen; ze besteden er honderden uren aan.  “Als de grote dag dichterbij komt, zijn de dansers dagelijks in de studio te vinden,” zegt Linda Fabian.  “Ze leren de techniek en de kenmerken van de dans, hoe ze zich moeten presenteren en natuurlijk hoe ze na afloop een buiging moeten maken.”

    Verder zijn ze ook medeverantwoordelijk voor de fondsenwerving die aan het evenement verbonden is.  De spanning stijgt ten top als de paren strijden om de eerste, tweede en derde plaats op het gebied van fondsenwerving en om de titel Best of Show, die wordt toegekend door een jury.

    Het evenement wordt gehouden in het 4-H-gebouw in de wijk, een smal gebouw met muren van beton, een podium dat meestal als opslagplaats wordt gebruikt en een ouderwetse keuken.

    Maar er is ook een prima dansvloer en plaats voor 250 mensen.  Linda Fabian: “Het gebouw wordt voor één avond verfraaid met verplaatsbare gordijnsystemen, linnen en lichten, groene planten, bogen en tafels, alles zodanig versierd dat je je in New York waant.  Het hoogtepunt van het evenement is onder andere een diner, waarbij de aanwezigen in cocktailkleding worden verwacht.  Bij de extra voorstelling is er een lichte brunch.  Het publiek wordt gevraagd bij alle optredens te stemmen op hun favoriete dansers.”

    “Dit is een dunbevolkt gebied; de bedrijven hier krijgen constant verzoeken om donaties voor verschillende goede doelen,” vertelt clubpresident Jeff Brown.  “Maar dit festijn is zo spannend en er is zo veel belangstelling voor onze twaalf dansers, dat dit een van de bekendste evenementen hier in de regio is.”

    “Ik ben dankbaar dat ik de kans heb om hieraan mee te doen,” zegt deelneemster Amy Windmeier.  “Het is hartverwarmend om te zien hoeveel goeds er voortkomt uit zo’n evenement.”  Amy is kort geleden genezen van kanker; zij ziet haar deelname als een “overwinningsdans.”

    “Door mijn strijd tegen kanker kreeg dit nog meer betekenis voor mij.  Ik leerde waar het echt om gaat in het leven: dansen in de regen en blij zijn dat je het mag doen. Ik vind het een grote eer om op deze manier iets te doen voor de gemeenschap.”  — Foto: Val Bowen
  • Onze geschiedenis tot 1967: een nieuwe school voor Guadalajara

    mei 19, 2015
    De nieuwe school (achtergrond) werd in 1967 gebouwd voor de kinderen uit de barrio en omgeving bij San Francisco, Mexico.

    Ter gelegenheid van het 100-jarig jubileum van Kiwanis wordt een aantal artikelen over successen van clubs in het verleden opnieuw in Kiwanis-magazine gepubliceerd.  Dit verhaal verscheen in het nummer van mei 1967. 

    In 1967 kregen dit kind en andere kinderen uit een sloppenwijk bij Guadalajara in Mexico een plek om te leren — dankzij Kiwanis.

    In 1967 kregen dit kind en andere kinderen uit een sloppenwijk bij Guadalajara in Mexico een plek om te leren — dankzij Kiwanis.
    In San Francisco, een barrio (sloppenwijk) bij Guadalajara in Mexico, zijn de huizen gemaakt van klei, de straten onverhard en is er één waterput voor de hele gemeenschap van 200 gezinnen.  Bovendien was er vóór de komst van Kiwanis geen school.  Wel werd er lesgegeven, door een leraar die door de landelijke regering werd betaald.  Maar het gebouw waarin dat gebeurde, was, zoals een Amerikaanse reporter het beschreef, “niet een hut, maar erger dan een hut; Het stonk er naar urine en afval en het donkere ‘klaslokaal’ had een vochtige moddervloer.”

    Sinds begin 1966 werkte de Kiwanis-club van Guadalajara (Jalisco) aan de bouw van een school in San Francisco.  Eerst namen de Kiwanis-leden contact op met de gemeente. Ze boden aan ruim de helft van het noodzakelijke budget bij te dragen, als de gemeente zou zorgen voor de rest.  De gemeente ging akkoord en de werkzaamheden gingen van start.

    Eind maart 1967, na de nodige vertraging wegens geldgebrek, werden er enkele klaslokalen geopend.  Het is de bedoeling om in september nog een aantal lokalen gereed te hebben.  Uiteindelijk zal de school lokalen hebben voor 1200 leerlingen, een ruimte voor de beheerder, een aula, een volleybalveld, twee grote toiletruimtes en een groentetuintje.  Het complete project heeft een waarde van circa 750.000 peso’s (60.000 dollar – koers 1967).

    Veel werkzaamheden werden verricht door mensen uit de buurt zelf.  Samen met Kiwanis-leden kwamen ze elke zondag bij elkaar op de bouwlocatie, eerst om de fundamenten aan te leggen, later om te metselen of cement te vervoeren, wat ze maar konden.  Bovendien dempten ze de ondiepe, onhygiënische put en wordt er binnenkort riolering aangelegd.  Toen er tijdelijk geen budget beschikbaar was, betaalden ze het loon van de twee dagloners en de metselaar, die doorgingen met het werk.

    “Dit alles betekent veel meer voor de gemeenschap dan de school alleen,” zegt Horacio Ceballos, voorzitter van de bouwcommissie.  “De voordelen zijn niet alleen van materiële aard; er heerst ook een nieuw gevoel van trots in de barrio.”  —Foto’s: Curt Burkhart
  • Onze geschiedenis tot 1966: de lange arm van Kiwanis

    mei 08, 2015
    Kiwanis 100th Anniversary seal

    Dat Kiwanis wereldwijd actief is, blijkt wel uit een project van de Kiwanis-clubs van Reykjavík-Hekla en Reykjavík-Katla op IJsland. Bij dit project was een club van de andere kant van de wereld betrokken: de Kiwanis-club uit de Japanse hoofdstad Tokio.

    Ter gelegenheid van het 100-jarig jubileum van Kiwanis wordt een aantal artikelen over successen van clubs in het verleden opnieuw in Kiwanis-magazine gepubliceerd.  Dit verhaal verscheen in het nummer van maart 1967.
    In de zomer van 1966 hoorden IJslandse Kiwanis-leden dat twee plaatselijke instellingen, de Kankerstichting in Reykjavík en het gemeentelijk ziekenhuis van Reykjavík, dringend behoefte hadden aan apparatuur voor het diagnosticeren van kanker.  Het meest noodzakelijk, volgens de artsen, waren twee gastroscopen om foto’s te maken van de binnenkant van de maag.

    De clubs besloten ieder één gastroscoop aan te schaffen.  De bestelling werd geplaatst en al gauw werden de camera’s van 1000 dollar per stuk bezorgd.  Helaas hadden de artsen ter plaatse geen ervaring met deze camera. Minstens één arts zou naar het buitenland moeten om daarin te worden opgeleid, zodat hij op zijn beurt zijn collega’s kon instrueren.  De Kiwanis-leden gingen op onderzoek uit en ontdekten dat er in Tokio een groot instructiecentrum was.  Dus stuurden ze een prominente arts uit Reykjavík met het vliegtuig naar Japan, met een introductiebrief voor de Kiwanis-club in Tokio.

    Daar aangekomen werd de arts ontvangen en feestelijk onthaald door Tokiose Kiwanis-leden.  Hij werd naar het gastroscoop-trainingscentrum gebracht, waar hij een opleiding kreeg van een paar weken, en vloog daarna weer terug naar Reykjavík.

    Nu wordt er volop gebruikgemaakt van de gastroscopen in de twee ziekenhuizen van Reykjavík. De plaatselijke Kiwanis-leden zijn – in de woorden van de clubsecretaris in 1966, Olafur Einarsson – “de club in Tokio bijzonder dankbaar voor zijn hulp hierbij.”
  • Let the fur fly

    apr 10, 2015
    Jonge hockeyers verzamelen op het ijs gegooide speelgoedbeesten – de voedselbank in Quebec is er blij mee.

    Al tientallen jaren lang is het de gewoonte dat hockeyfans allerlei voorwerpen, bijvoorbeeld plastic ratten en rubber slangen, op het ijs gooien, om hun ongenoegen kenbaar te maken of om het thuisspelende team aan te moedigen. Van officiële zijde wordt dit ontmoedigd en dierenrechtengroeperingen protesteren ertegen, maar in Quebec profiteren kinderen ervan.

    Met medewerking van het Lacroix-Dutil Sportcentrum nodigt de Kiwanis-club van St-Georges-de-Beauce hockeyfans uit om knuffelbeesten mee te nemen naar thuiswedstrijden. Als de ploeg van Cool 95 103.5 zijn eerste doelpunt scoort, gooit het publiek de speelgoedhonden, teddyberen, kikkers, lappenpoppen, roze pony’s, pluchen ruimtewezens en andere donzige speelgoedbeesten op het ijs. Een legertje jongeren, gekleed in hockey-outfit en met helm op, schaatst rond om ze van het ijs te halen.

    Kiwanis-leden en vrijwilligers sorteren de knuffels – zo’n 400 stuks per keer – en leveren ze af bij de voedselbank Moisson Beauce, die de knuffels toevoegt aan de voedselpakketten die rond de feestdagen worden bezorgd bij arme gezinnen.

    “Veel bedrijven hier moesten hun deuren sluiten en er zijn veel banen verloren gaan,” vertelt Carol Poulin, voorzitter van Cool FM in 2010 in een interview. “We weten dat deze schenkingen meer dan welkom zijn bij de gezinnen die het krap hebben.”

    Kiwanians deliver toys to Moisson Beauce, a food bank that packages holiday food baskets for needy families.
  • Onze geschiedenis – 1927: aanleg van een weg naar een natuurwonder

    apr 10, 2015
    Kiwanis-leden I.O. Chitwood, Wade H. Candler, Robert A. Blair en Tom W. Gallagher poseren met de auto die ze gebruikten om een route door de wildernis uit te stippelen.

    Er was een tijd dat de mensen in Corbin, in de staat Kentucky, de nabijgelegen Cumberland Falls – de “Niagara-waterval van het zuiden” – alleen kenden van horen zeggen. Enkelen beweerden donderend water te hebben gehoord ten westen van de Cumberland-rivier, maar slechts weinigen hadden het natuurwonder met eigen ogen gezien. Vanaf 1925 kwamen er toeristen in auto’s die de weg vroegen naar de waterval, maar de plaatselijke bewoners krabden zich dan verwonderd op het hoofd.

    Ze waren maar zo’n 30 km van hun bestemming verwijderd, maar de weg werd versperd door een woest bos, de rivier en een ravijn.

    Dit is het verhaal van de Kiwanis-club van Corbin: hoe ze de burgers van Kentucky opriepen een slingerende, schilderachtige route door de wildernis aan te leggen. Vandaag de dag trekt de schoonheid van de waterval bezoekers uit de hele wereld, en velen van hen komen daar via de weg die in 1927 door Kiwanis-leden werd gebaand.

    Het verhaal van de weg naar de Cumberland-waterval bij Corbin begint op 10 juli 1927. Op die dag riep de plaatselijke Kiwanis-club een “wegcommissie” in het leven. De commissieleden waren de eersten die de tocht naar de grote waterval maakten vanuit Corbin. De heer Candler, bijgenaamd “Wade”, de plaatselijke Ford-dealer en lid van de commissie publieke zaken van de club, zette speciaal een Ford in elkaar voor deze pionierstrip. Tot dat moment was er nog nooit een auto naar de Cumberland Falls gereden vanaf de kant van de rivier waar Corbin ligt.

    Eén incident tijdens deze eerste trip zouden de avontuurlijke commissieleden nooit vergeten. Een plaatselijke bewoner, aan wie gevraagd werd waar de brug over de rivier was, antwoordde: “Vreemdeling, bruggen hebben wij hier niet.” En dat was precies de juiste beschrijving van de situatie.

    Na die eerste expeditie volgden nog vele tochtjes naar de waterval, en overal in het district werden vergaderingen gehouden. Omdat de begrote kosten steeds hoger werden, benaderden de Kiwanis-leden clubs in de rest van de staat met de vraag om steun.

    “Het is grotendeels aan Kiwanis in de staat Kentucky te danken dat de ‘Niagara-waterval van het zuiden’ behouden is gebleven,” schreef Robert Blair in 1933. “Men kan wel stellen dat dit de grootse waterval is in de VS ten oosten van de Rocky Mountains en ten zuiden van de Niagara, met bij vollemaan een van de twee maanregenbogen die er in de wereld bestaan.”

    Ter afsluiting van de campagne dropte een vliegtuig boven het gebied rond Corbin duizenden circulaires, waarin melding werd gemaakt van de laatste bijeenkomst om het bouwproject te bespreken. Daarna volgden zes weken waarin de werkzaamheden werden uitgevoerd. Ruim 200 mannen en vrouwen werkten zij aan zij aan de weg en transformeerden 1200 bomen in een brug van 71 meter lang en 9 meter hoog.

    Een dag of twee voor de officiële opening werd – geheel volgens de traditie in Kentucky – de laatste hand gelegd aan de weg. De gouverneur van de commonwealth Kentucky was aanwezig bij de opening. Vijfhonderd auto’s reden in optocht naar de waterval, waar ze werden verwelkomd door de Kiwanis-brassband uit Corbin, die klaarstond met lunchpakketten. De openingshandeling was het slaan van een gouden pin in de brug.

    Op 7 september 1931 werd een nieuwe verkeersweg tussen Corbin en de waterval geopend. Een betonnen brug verving het houten bouwwerk van de Kiwanis-club. Kiwanis-clubs uit het hele district Kentucky-Tennessee waren daarbij aanwezig. Wat een contrast met vroeger: 2785 auto’s uit 17 staten reden in een eenrichtingskolonne over de nieuwe brug. In drie maanden tijd reisden er 13.875 auto’s met 51.886 bezoekers over de nieuwe verkeersweg naar de waterval.

    De onderkant van deze brug, gebouwd in de jaren 40, bestaat uit de balken waarmee Kiwanis-leden uit Corbin in 1927 een brug over het diepe ravijn aanlegden, zodat mensen konden genieten van het fantastische uitzicht op de Cumberland-waterval.
blog comments powered by Disqus