Laatste nieuws

  • Natuurwetenschappen tentoongesteld

    jul 08, 2016

    De elfjarige Cole Anderson laat de prijzen zien die hij won met zijn project “Speed Whiz” (“Snelheidswonder”).

    Ik heb een lange weg afgelegd om dit te kunnen zien. 

    Ik moest een hele dag vliegen en wachten op luchthavens en meer dan 120 km aan de linkerkant van de weg rijden naar de universiteit van Waikato, Hamilton, op het Noordereiland van Nieuw-Zeeland.

    Alles voor de natuurwetenschappen

    Ik had al vaak gehoord over de wetenschapsbeurzen in Nieuw-Zeeland. Ik wilde wel eens met eigen ogen zien wat de Kiwanis-leden in dit land doen bij dit wijdverspreide project, waarmee ze alleen al dit jaar meer dan 20.000 leerlingen bereiken.

    Nu ik hier ben, zie ik eindelijk het gezicht bij de naam van het Kiwanis-lid dat ik alleen ken via e-mail. Murray Price is lid van de Kiwanis-club van Westside Hamilton. Hij is al vanaf het begin betrokken bij de Nieuw-Zeelandse wetenschapsbeurzen en vertelt dat ook Kiwanis vanaf het allereerste begin actief was bij de beurzen.

    “Wij waren er vanaf het begin bij betrokken,” zegt hij. “We zorgen voor het opzetten en de organisatie. We regelen de beveiliging en de lunch voor de juryleden. De jury bestaat uit 50 leden; dat is nogal wat. En natuurlijk breken we alles ook weer af en ruimen we op.”

    Price vertelt dat er dit jaar zo’n 400 leerlingen deelnemen aan de beurs in Waikato, en er zijn een paar sterke inzendingen bij.

    Sam Frengley zit in de hoogste klas van de St. Peter's-school. De ceremonie is bijna afgelopen; hij staat te jongleren met ballonnen, certificaten, cadeaus en de trofee voor de Beste Beursdeelnemer, die hij heeft gewonnen voor zijn bodemanalyseproject “Fosfaat en de toekomst van de vallei”.

    “Deze zomer ga ik aan het werk bij het NIWA (het Nieuw-Zeelands Nationaal Instituut voor water- en atmosferisch onderzoek), voor een project dat ik zelf mag uitkiezen; met hun hulp, natuurlijk,” zegt Frengley, die voor het derde jaar meedoet aan de wetenschapsbeurs.

    Een paar dagen later ben ik in Rotorua voor de wetenschaps- en technologiebeurs van het NIWA in Bay of Plenty, waar Asty Bosley en Leah Jones de prijs van de gemeente Rotorua Lakes winnen voor hun project “Re-Think Your Drink” (“Denk goed na over wat je drinkt”). “Het was heel interessant om erachter te komen dat veel van onze klasgenoten niet precies weten hoeveel suiker er in frisdrank zit,” vertelt Leah.
    Ik ga bij de juryleden zitten en luister naar hun oordeel over het volgende project.

    “Dit project heeft commerciële mogelijkheden. Hij heeft alle scenario’s bekeken vanuit alle gezichtspunten. Ook noemde hij de mogelijkheid van online marketing van het project.”

    Het gaat om het project “Speed Whiz” (“Snelheidswonder”) van de elfjarige Cole Anderson. Anderson heeft een verkeersveiligheidsbord ontworpen, waarop de snelheidslimiet wordt aangepast op basis van de hoeveelheid water die op een sensor op het bord valt.

    “Ik heb dit gemaakt, omdat ik het raar vond dat er 100 km per uur op een bord staat als je ziet dat het stortregent,” zegt hij. “Als het regent, moet je niet zo hard rijden.”
    Mijn laatste halte is Welllington, waar alles op rolletjes verloopt dankzij voorzitter John Warriner en zijn Kiwanis-vrijwilligers. De winnaars kunnen trots zijn op hun prijzen, variërend van een geldbedrag en een iPad tot een beurs van NZ$ 4000.

    Jacqui Ormsby is 13 jaar en gaat naar de Wadestown-school. Zij nam vorig jaar voor het eerst deel aan de wetenschapsbeurs en won dit jaar maar liefst zeven prijzen, waaronder die voor de Beste Algehele Presentatie, voor haar project genaamd “Kan hout dienen als filter?”

    “Ik wilde een waterfilter maken dat je kunt gebruiken in noodsituaties,” vertelt ze. “En het moest gemaakt zijn van natuurlijke materialen.” Ze ontdekte dat in de Verenigde Staten wit dennenhout gebruikt wordt om water te filteren. Maar toen ze het probeerde met Nieuw-Zeelands dennenhout, lukte dat niet, tot haar verrasing.

    Haar nieuwsgierigheid en verwondering deden me denken aan een gesprek dat ik in Rotorua had met Mark Franken van de Kiwanis-club van Rota Whenua. 

    “Als de eindwinnaar in de middelste leeftijdscategorie valt, vraag je je af waarmee ze de volgende keer op de proppen zullen komen,” zei hij. “Met iets spectaculairs, ongetwijfeld.”

    Daarom zijn hij en Kiwanis-leden uit heel Nieuw-Zeeland zo enthousiast over de wetenschapsbeurzen.

    “We proberen de kinderen te interesseren voor natuurwetenschappen en technologie,” zei hij. “Het is fantastisch om er met ze over te praten. Dit is zo ontzettend leuk.”

    Tekst en foto: Kasey Jackson

  • De strijd tegen drugs

    mei 16, 2016
    Kiwanis-club van Marshfield sponsort theatervoorstelling over drugs om aandacht te vragen voor plaatselijke problemen met verslaving.
    Kiwanis-club van Marshfield sponsort theatervoorstelling over drugs
    om aandacht te vragen voor plaatselijke problemen met verslaving.


    Een dreigende drugsepidemie zette de Kiwanis-club van Marshfield, in de Amerikaanse staat Massachusetts, ertoe aan om onder meer bewustwordingscampagnes en inzamelingsacties te organiseren.

    “In 2015 had de club iemand van de politie uitgenodigd om te komen spreken over hoe riskant het is als je op recept verkrijgbare geneesmiddelen en inhaleermiddelen in huis hebt,” vertelt de penningmeester van de club, Dick Stetson. “De spreekster vertelde hoe tieners thuis pillen uit het medicijnkastje pakken en meenemen naar ‘pill party’s. Daar worden ze in een grote schaal gegooid, waar iedereen uit mag pakken. Vervolgens worden ze ingenomen met wat er maar gedronken wordt. Ook vertelde de spreekster hoe ze high kunnen worden van de damp uit spuitbussen. Het spreekt voor zich dat haar voordracht velen de ogen opende.

    Daarop nam onze club het initiatief om een bewustwordingscampagne op te starten in de regio.”

    De club begon met een wake, waarbij 1256 paarse vlaggen in het groen werden geplaatst als symbool voor de 1256 drugsdoden die er in 2014 in Massachusetts waren te betreuren.

    Daarna doneerden de Kiwanis-leden 1500 dollar, ingezameld tijdens het jaarlijkse golftoernooi, om een voorstelling van het Drug Story Theater in de stad te sponsoren.
    “Het was een enorm succes; hopelijk is dit het begin van een verandering,” zegt Stetson.

    Verder doneert de club 2500 dollar aan Marshfield’s Families, Adolescents and Community Together Against Substances (Gezinnen, jongeren en gemeenschap gezamenlijk tegen middelenmisbruik).

    “Een deel van het geld zal worden gebruikt voor het aanvragen van subsidie, een bedrag van 125.000 dollar voor hulp aan verslaafden en hun familie,” aldus Stetson. “Onze Kiwanis-club trekt zich het lot van deze groepen aan.”  — Andy McLaughlin
  • Uit een goed hart

    mei 16, 2016
    Ong Yong Ching zet lijmtubes in elkaar voor zijn werkgever, Mohm Chemical in Johor Bahru in Maleisië.
    Ong Yong Ching zet lijmtubes in elkaar voor zijn werkgever,
    Mohm Chemical in Johor Bahru in Maleisië.


    Tekst: Jack Brockley | Foto’s: Curtis Billue

    Toen hij vijf was, werd vastgesteld dat Ong Yong Ching zowel autisme als ADHD had. Nu is hij 28 en heeft hij een indrukwekkend cv. Vooral zijn werk bij Mohm Chemical valt op. Maar nog indrukwekkender is zijn opleiding in het Kiwanis CareHeart-centrum.

    Al meer dan vijftien jaar worden volwassenen met een beperking in het centrum, dat gesponsord wordt door de Kiwanis-club van Sentosa, Johor, voorbereid op het verrichten van werk. Werkgevers hechten waarde aan referenties van CareHeart. Ze weten dat de mensen die daar opgeleid zijn, beschikken over de basisvaardigheden die nodig zijn om te kunnen werken, zoals punctualiteit en sociale vaardigheden. Ook weet men bij bedrijven dat CareHeart verder gaat dan de basis, door programma’s aan te bieden die de nadruk leggen op creativiteit, gezonde leefgewoonten en onafhankelijkheid.

     Kiwanis CareHeart Training Centre Principal Koh Guan Hoe
    Koh Guan Hoe, hoofd van
    het Kiwanis-opleidingscentrum CareHeart
    Het hoofd van CareHeart, Koh Guan Hoe (rechts), houdt de pas er stevig in als hij een rondleiding geeft door en rond de gebouwen, waar leerlingen de tuin onderhouden, de kippen voeren, thee zetten, noedels stomen, kleedjes weven en kleurige metalen pauwen maken van gerecyclede blikjes. Na de lunch stormen ze naar boven, waar in de pauze karaoke georganiseerd wordt.

    “De mensen vragen me vaak waarom ik dit doe,” zegt Koh glimlachend. “Ze zeggen: die mensen kunnen niet werken.” Zijn blik verstrakt en met een handgebaar wuift hij die opmerking weg. “Nee, zeg ik dan. Nee! Ik verwacht niet van een werkgever dat hij de eisen verlaagt. Het is soms een hele uitdaging, maar als je weet welke stoornis de betreffende persoon heeft, kun je hem helpen zijn vaardigheden te verbeteren, zodat hij voldoet aan de eisen van de werkgever.”

    Daarom zijn Koh, zijn medewerkers en de ondersteuners van Kiwanis altijd op zoek naar de nieuwste onderwijsprogramma's. Óf ze stellen ze zelf samen.

    Achter de tanks met garnalen en koikarpers staan drie schuurtjes. Voor de ingang hangt zwart zeildoek. Leerlingen van CareHeart dragen een pomptankje met vloeibare kunstmest. Ze schuiven het zeildoek opzij, zodat een rij planken zichtbaar wordt waarop plastic tweeliterflessen liggen. Uit de opening van de flessen komen de geschulpte bruine en witte hoeden van zwammen tevoorschijn.

    “We beschikken over grond. Daarom heb ik tuinbouwlesprogramma’s gemaakt, zodat onze leerlingen leren planten te kweken en dicht bij de natuur te staan,” zegt Koh. “We hebben fruit, limoenen, Spaanse pepers. Kort geleden zijn we begonnen met de teelt van champignons; nogal ongebruikelijk voor een centrum voor gehandicapten. Wij zijn het enige centrum waar lesgegeven wordt in de teelt van champignons.”

    Het lesprogramma houdt meer in dan alleen tuinbouw. De leerlingen oogsten de champignons, verpakken ze en verkopen ze op biologische markten. “Ze leren hoe je een commercieel bedrijf runt,” vertelt Koh. Én een sociaal bedrijf.

    “Wij zijn goed in bedelen,” zegt Koh. Het tijdschema, dat vol staat met afspraken met potentiële gulle gevers, laat zien hoe belangrijk bijdragen zijn voor het centrum.

    “Als je 100.000 ringgit geeft, ben ik tevreden,” zegt Koh. “En als je 100 ringgit geeft, ben ik nog steeds tevreden. Maar als we helemaal afhankelijk zijn van giften, zeggen de mensen straks een keer: waarom vragen jullie altijd om giften?”

    Daarom zoekt CareHeart manieren om zelf geld te verdienen: met de verkoop van champignons, handgemaakte artikelen, tweedehands spullen.

    Ook gebruiken ze creatieve strategieën om die inkomsten en giften uit te breiden. Bijvoorbeeld: als een automonteur een stapel oude autobanden voor CareHeart apart houdt, kunnen die worden beschilderd met inheemse Australische patronen. Ze worden dan verkocht als kleurige bloembakken, om meer inkomsten te genereren.

    De laatste halte tijdens Koh’s rondleiding is de Kiwanis International-kunstgalerij, waar werk van gehandicapte kunstenaars uit de hele wereld wordt tentoongesteld. De bezoekers blijven staan om een gedetailleerde potloodtekening van een grazende neushoorn door de Maleisische kunstenaar Yap Hanzhen te bestuderen. Even verderop hangt een doek waarop een koude besneeuwde winteravond is afgebeeld, getiteld Het Weeshuis, door de Rus Lyahovchuk Vladimir.
     This portrait of Ong Yong Ching’s sister is displayed in the Kiwanis International Art Gallery in Johor Bahru, Malaysia.
    Dit portret van Ong Yong Chings zus wordt tentoongesteld in de Kiwanis International-kunstgalerij in Johor Bahru in Maleisië.

    Weer een andere schilder heeft een voorkeur voor kleurige vogels en bloemen, maar zijn naam prijkt ook onder een van de portretten in het museum: een vrouw die thee drinkt (rechts), het hoofd een beetje schuin, alsof ze een vraag stelt. Het is gesigneerd door Ong Yong Ching.

    “De vrouw op het portret is Ongs zus,” zegt Koh. “Hij houdt heel veel van haar.”

    Toen Ong Yong Ching net in CareHeart was, was hij heel stil en verlegen. Zijn vader was omgekomen bij een tragisch ongeluk toen Ong 15 jaar was. Zijn moeder werd zwaar depressief.

    “Maar ik bleef altijd hoop houden voor Yong Ching en zijn bijzondere talent,” zegt Koh.

    Er kan nog een kwalificatie worden toegevoegd aan Ongs indrukwekkende cv: “kunstenaar”.

  • Muziekles

    apr 15, 2016
    Maggie Morrison bespreekt pianotechnieken met een deelnemer aan het Kiwanis-muziekfestival van 2016 in Toronto.  Foto: Michelle Gibson
    Maggie Morrison bespreekt pianotechnieken met een deelnemer aan het Kiwanis-muziekfestival
    van 2016 in Toronto. Foto: Michelle Gibson


    Naam: Maggie Morrison

    Instrument: piano

    Wedstrijden: Kiwanis-festival sinds haar derde jaar

    Huidige beroep:
    pianolerares, stafmedewerker Koninklijk Conservatorium Toronto. Oprichter van de organisatie Exposure to the Arts, met als doel verschillende muzikale ervaringen naar de gemeenschap van Brantford te brengen.

    Plannen:
    promoveren en een privéstudio beginnen
    Op haar vierde liep Maggie Morrison het elegante huis van pianolerares Virginia Blaha in Brantford (in het Canadese Ontario) binnen. Ze stelde zich voor met de mededeling: “Hallo, ik ben Maggie Morrison en ik kan de koprol doen.”

    En ze kan ook pianospelen.

    Morrison is een van de duizenden kinderen en volwassenen die deelnamen aan het Kiwanis-muziekfestival – in maart dit jaar waren het er al meer dan 30.000. Tel daarbij op de leerlingen die meedoen aan andere wedstrijden die door Kiwanis gesponsord worden – van Vancouver en British Columbia tot St. John’s, Newfoundland – en u begint te begrijpen hoe enorm de invloed van Kiwanis op de Canadese muziekwereld is. Zowel Gordon Lightfoot, Sarah McLachlan, Glenn Gould, Justin Bieber als alle leden van de Barenaked Ladies hebben opgetreden op het Kiwanis-podium.

    Net als Maggie Morrison.

    Een tijdje geleden, toen ze zich aan het voorbereiden was op haar taak als jurylid bij het festival van 2016, sprak ze met Kiwanis-magazine over haar festivalervaringen tot nu toe en haar huidige carrière. Hier zijn een paar fragmenten uit dat gesprek.

    Kiwanis-magazine: Wat is er zo bijzonder aan de Kiwanis-muziekfestivals?

    Maggie Morrison:
    Door die festivals hebben de leerlingen iets om naartoe te werken. Tijdens de les en als ze aan het oefenen zijn, bereiden ze zich voor op dat optreden. En het is ook belangrijk om te horen wat andere mensen doen. Het is goed om betrokken te zijn bij de muziekgemeenschap en de lat hoog te leggen.

    Hoe was het om dit jaar jurylid te zijn bij het festival?


    O jee, hoe moet ik dat uitleggen? Dit jaar speelde een van de leerlingen Dresdens China Figures. Plotseling herinnerde ik me hoe ik dat speelde met mijn eerste lerares; het was het eerste stuk dat ik echt mooi vond. En die leerling speelde het zo ontzettend mooi. Het was een surrealistisch moment en ik was hevig ontroerd, want die lerares (Virginia Blaha) is vorig jaar augustus overleden. Ik realiseerde me hoe ontzettend toegewijd al die leraren zijn en hoever ze je kunnen brengen op je muzikale reis.

    Hoe moedig je de kinderen die geïnteresseerd zijn in muziek aan?
    Ik zeg tegen ze dat ze door moeten gaan. Laat je niet ontmoedigen. Lef en vastberadenheid en altijd maar doorgaan, dat is de weg naar succes. Er zit altijd schoonheid in muziek. Streef ernaar om die momenten te vinden. Altijd maar doorgaan. Je komt er wel, als je maar wilt.
  • Een schreeuw om veiligheid

    apr 14, 2016
    De Yell & Tell-mascotte Squawk feliciteert leerlingen van Wauwatosa met high fives.
    De Yell & Tell-mascotte Squawk feliciteert leerlingen van Wauwatosa met high fives.

    Een kind dat bang is voor problemen, doet soms verkeerde dingen. Het overwinnen van die angst, dat is het doel van het project Yell & Tell. Het is bedacht door Jean Davidson, lid van de Kiwanis-club van Wauwatosa in de Amerikaanse staat Wisconsin. Basisschoolleerlingen leren door middel van kindvriendelijke gesprekken waarom het zo belangrijk is om een volwassene te waarschuwen als er sprake is van een ongeluk, bedreiging, pesten of een andere gevaarlijke situatie.

    Davidson bedacht het project na de verdrinking van haar kleinzoon Ryder, een ongeluk dat voorkomen had kunnen worden als een ouder kind niet geaarzeld had om hulp in te roepen. Sindsdien is de boodschap “See it, Feel it, Yell it, Tell it” (Zie het, voel het, roep het, vertel het) de hele wereld overgegaan, dankzij de hulp van scholen, brandweer, politie en serviceclubs zoals de Key Club van de Wauwatosa West High School.

    “Wij doen mee aan het project om de jongeren in onze stad te leren over de gevaren die horen bij het volwassen worden,” zegt Alyssa Goodwillie, medepresident van de Key Club. “Wij als Key Club doen graag vrijwilligerswerk waar schoolkinderen iets van leren, vooral iets als Yell & Tell, waarmee levens gered kunnen worden.”

    In een kleurige PowerPoint-presentatie is de mascotte Squawk te zien, een papegaai, en een liedje te horen dat kinderen eraan herinnert hoe belangrijk het is een volwassene te waarschuwen als er gevaar dreigt. De boodschap wordt nog extra versterkt door middel van boeken en activiteiten. En Squawk duikt van tijd tot tijd op om met zijn staartveren te schudden.

    “Het leukste deel van het project is als de leerlingen alles wat ze geleerd hebben in een liedje verwerken,” zegt Goodwillie. “Het is altijd fijn om te zien hoe ze op een leuke en pakkende manier in de praktijk brengen wat ze geleerd hebben. En natuurlijk is het geweldig om de gezichten van de kinderen te zien als ze Squawk zien aankomen en met hem kunnen praten.”

    De kinderen luisteren en schreeuwen. Volgens Davidson hebben ze honderden succesverhalen gehoord. “Meer dan 100 kinderen zijn nu onze Yell & Tell-helden,” vertelt ze.

    Tekst en foto’s: Catherine Usher
blog comments powered by Disqus