Laatste nieuws

  • Een hellend vlak

    sep 23, 2014
    Inwoners van Edmonton delen hun liefste jeugdherinneringen: hoe ze afdaalden van deze lange gele Kiwanis-glijbaan.

    Toen de Kiwanis-club van Edmonton (Alberta, Canada) in 1973 een gigantische gele glijbaan aanschafte, wisten de leden dat dit heel wat teweeg zou kunnen brengen. Maar de afgelopen 40 jaar heeft de glijbaan alle verwachtingen overtroffen, in alle opzichten, bijvoorbeeld wat betreft gemeenschapsparticipatie en inzamelingsacties.

    Het geld dat de glijbaan oplevert, vormt een aanzienlijk deel van het jaarlijkse streefbedrag van de club, waardoor ze geld kunnen doneren aan plaatselijke goede doelen en sponsorfestivals.

    “Met de glijbaan kunnen we op een heel flexibele manier iets doen voor de gemeenschap,” zegt clubpresident Krista Leddy, die uitlegt dat andere clubs en organisaties ook gebruikmaken van de glijbaan om geld in te zamelen voor hun projecten. “We huren scholieren, studenten en leden van Circle K-clubs in om de glijbaan te bedienen en onze eigen vrijwilligers helpen daarbij.”

    Behalve dat deze jongeren hier wat geld mee verdienen, ontwikkelen ze ook belangrijke vaardigheden op het gebied van projectmanagement, vooral de jongere Circle K-leden en studenten.

    In de loop van de afgelopen 40 jaar werd de glijbaan een populaire bestemming voor mensen uit de buurt. Hij diende zelfs als bijzondere fotolocatie. Zo waren er bruidsparen die samen de glijbaan afdaalden en hebben veel volwassenen tedere jeugdherinneringen aan de baan.

    “Wij zijn een oriëntatiepunt in Edmonton, en niet alleen op K-Days,” verklaart Leddy. “Alle inwoners kennen de reusachtige gele glijbaan; ze vertellen ons vaak over hun jeugdherinneringen.” Eén ontroerend verhaal gaat over een ouder echtpaar, dat eens ’s morgens heel vroeg naar de glijbaan kwam en vroeg of ze samen naar beneden mochten glijden. De Kiwanis-leden kwamen erachter dat hij haar vele jaren geleden op de glijbaan ten huwelijk had gevraagd.

    Wie had gedacht dat een 15 meter lange glijbaan op zo’n vertederende manier een bijdrage kon leveren aan de gemeenschap? Zo zie je maar weer: geld inzamelen en zich inzetten voor de gemeenschap is net zo makkelijk als een, twee… roetsj!  — Wendy Rose Gould

  • Een geboren leider

    sep 23, 2014
    Een geboren leider

    Echtgenoot, vader, toegewijde zoon, arts, Canadees, wandelaar, fotograaf, vogelspotter, patholoog-anatoom. Een van de koks, thuis in de keuken. Sluwe quizmaster, maker van houten lokeenden, lezer. Tomatensapkenner die stiekem snakt naar hamburgers en frietjes met een dikke laag ketchup.

    Kiwanis-lid uit Ridgetown, Ontario, Canada.

    John R. Button, arts, was nog maar een paar maanden verwijderd van zijn termijn als president van Kiwanis International voor het jaar 2014-2015, toen hij zich bevond op een kruispunt in het landelijke Chatham-Kent in Ontario. Het was een driehoekig grasveldje vol geulen en sporen tussen drie elkaar kruisende wegen. Hij zag een stofwolk in de verte: twee naderende voertuigen, waarop de arts wild met zijn armen begon te zwaaien. De cabriolet sloeg rechtsaf, de SUV linksaf. Maar de bestuurders waren in verwarring gebracht door de fratsen van deze vogelverschrikker; ze stopten, draaiden om en reden lachend in tegengestelde richting weg.

    Button glom van trots. Weer was het hem gelukt een klassieke grap uit te halen en mensen op het verkeerde been te zetten; een verhaal dat zeker zal worden toegevoegd aan de rijke humoristische annalen van de Kiwanis-club van Ridgetown.

    Sinds 20 jaar organiseren Button en zijn vrouw Debbie wegrally’s als sociale activiteit voor hun mede-Kiwanisleden. De route uitzetten, de tijd opnemen en lastige afslagen bedenken; dat zijn slechts enkele van de taken die John met veel plezier uitvoert, sinds hij in 1978 lid werd van de club. Maar zijn Kiwanis-leven begon al decennia eerder: op 19 september 1951, zijn geboortedag. Zijn vader Jim was plattelandsdokter, vooraanstaand lid van de gemeenschap en Kiwanis-lid met hart en ziel. Zijn moeder Nancy was een enthousiast vrijwilligster met talent voor plezier maken. Zo ouders, zo zoon.

    Ridgetown is een schilderachtig stadje met grote en kleinere bakstenen huizen en huisjes, omringd door melkveebedrijven, boomgaarden en enorme windmolens. In het centrum, op het kruispunt van Main Street en Victoria Avenue, vertelt Button over de belangrijke plaatsen in zijn leven.

    “Dat twee-onder-een-kaphuis,” wijst hij aan, “daar had mijn vader zijn praktijk, en aan de andere kant van het huis woonden wij. Ik weet nog dat er dag en nacht mensen aanbelden die naar de dokter vroegen.

    Daar is de presbyteriaanse kerk. En dat glas-in-loodraam, rechts van de kerkdeuren, dat hebben mijn vriendje en ik per ongeluk stuk geschopt.

    Achter ons – nu een bed & breakfast – is het gebouw waar mijn vader en ik 20 jaar lang samen onze huisartsenpraktijk hadden. En in die 20 jaar hebben we niet één keer onenigheid gehad.”

    Op loopafstand van dat kruispunt in het centrum zijn nog andere plekken waar zich familieverhalen van de Buttons hebben afgespeeld. Het Ridge House Museum, waar zijn moeder Nancy, naar men zegt, op 43-jarige leeftijd op de stoeprand ging staan, haar rok optilde en een stukje enkel liet zien, om zo een paar mannen te lokken om te helpen met meubels sjouwen. Het bekroonde gemeenschapszwembad, aangelegd door Kiwanis met Jim als drijvende kracht. De tennisbanen. De senioren-appartementen van Kiwanis. De gymzaal annex auditorium op school, naar Jim vernoemd, uit erkentelijkheid voor zijn jarenlange lidmaatschap van het schoolbestuur.

    De middelbare school van het district Ridgetown is ook de plaats waar Johns belangstelling voor wetenschap en vrijwilligerswerk tot bloei kwam, wat uitgroeide tot activiteiten voor het leven. In 1966 werd hij lid van de Key Club. Een van zijn favoriete activiteiten was een avondfeest, ‘Teen Town’.  Af en toe moesten de begeleiders van Kiwanis eraan te pas komen om de orde te handhaven.

    “Ik weet nog dat ik voor de directie van school moest verschijnen; mijn vader, de voorzitter, zat tegenover me. Ze vroegen me waarom ze Key Club nog zouden toestaan om door te gaan met de Teen Town-avonden,” herinnert Button zich. “Ik moet ze hebben overtuigd, want het jaar daarop mochten we weer een Teen Town-avond houden.”

    Na de middelbare school volgden de jaren weg van huis, op de Universiteit van Western Ontario, daarna de Universiteit van Toronto voor zijn studie geneeskunde, en weer terug naar de Universiteit van Western Ontario als coassistent. In juni 1978 keerde hij terug naar Ridgetown, waar hij bij zijn vader in de praktijk ging werken en lid werd van dezelfde Kiwanis-club als zijn vader.

    De hoofdstraat staat vol met beren. Piratenberen, beren in bikini, clownberen, pluizige beren in tutu, beren in wandelwagens en karren.

    Het is de Kiwanis Teddybeerpicknick. Kinderen lopen door de hoofdstraat met versierde beren of andere lievelingsknuffels. De optocht leidt naar het lommerrijke park, waar de Kiwanis-club het publiek trakteert op muziek, schminken, hotdogs, drankjes en prijzen. De meeste gezinnen spreiden een kleed uit voor hun picknicklunch. Debbie Button verkoopt haar populaire beervormige mueslirepen.

    “Bij Kiwanis gaat het om drie dingen,” zegt John. “Plezier, kameraadschap en service. En een van onze leukste evenementen, zowel voor kinderen als voor onze leden, is de Teddybeerpicknick.”

    Ook organiseert de club de Kerstmanparade en een zeepkistwedstrijd. De club sponsort een Key Club en een Aktion Club, steunt sport voor de jeugd en heeft plannen om een spetterbad aan te leggen. Tijdens de eerste wereldwijde Kiwanis-campagne tegen jodiumgebreksziekten bij kinderen haalde de club met quizavonden meer dan 186.000 Canadese dollar op voor dit doel. Nu draagt de club zijn steentje bij aan het Eliminate-project, dat tetanus bij moeders en pasgeborenen wil uitbannen.

    Het was leuk, zegt John. Maar in 1994 ontdekte hij pas echt hoe belangrijk Kiwanis kan zijn. Zijn vrouw Jody kwam om bij een auto-ongeluk. Toen hij drie dagen later thuis kwam uit het ziekenhuis met een gebroken arm, been en borstbeen, stonden zijn Kiwanis-vrienden hem op te wachten.

    “De weken en maanden daarna hebben mijn familie en de leden van mijn Kiwanis-club me verpleegd, tot ik weer hersteld was,” zegt hij.

    In 1995 maakte John kennis met Debbie Acton. Ze spraken af voor een wandeling door het provinciale Rondeau-park.

    Onder het dikke gebladerte van het oude Carolina-woud – een bekende plek voor vogelspotters – raakten John en Debbie in gesprek en ontdekten ze hun vele gemeenschappelijke interesses, waaronder wandelen, vogels, lezen en koken.

    Door hun huwelijk in 1997 werd Debbie (met haar kat) opgenomen in Johns familie: Claire en haar man Geoff, Tim en zijn vrouw Gillian en drie kleinkinderen. Ze trouwden in hun eigen huis, dat eens door een ontwerper “Windows 96” werd genoemd vanwege de vele ramen met uitzicht op het Eriemeer, met grazende herten op het terrein en zeearenden die de kustlijn verkennen.

    “Vaak vragen mensen mij waar ik heen ga op vakantie,” grinnikt hij. “Ik ga naar huis. Andere mensen komen hier voor hun zomervakantie; wij zijn hier het hele jaar door.”

    Dit jaar neemt John Button een tijdje vrij van zijn “vakantie” om een paar nieuwe taken te gaan vervullen bij Kiwanis: president, medevierder van het 100-jarig jubileum, promotor van het Eliminate-project en pleitbezorger van The Formula.

    Maar hij is en blijft hetzelfde vrolijke Kiwanis-lid uit Ridgetown. — Story by Jack Brockley | photo by Frank Espich
  • Kinderen naar bed gestuurd in een warme pyjama

    sep 23, 2014


    Carol Glassburn (links), de covoorzitter van het project, en Cathy Schlecht poseren met voorbeelden van gedoneerde pyjama’s.

    Zelfs in de koudste nachten kunnen de kinderen in Williams in de Amerikaanse staat Arizona lekker slapen, dankzij de pyjama-inzamelingsactie van de Kiwanis-club van Williams. Deze actie voor kinderen in nood startte afgelopen september.

    "Dit is een toeristenstad en in de zomer is het hier prima, maar in de winter is het soms wel eens krap," zegt Cookie Nicoson, president van de Kiwanis-club van Williams. "Dit project is heel belangrijk voor de gezinnen in onze gemeenschap, vooral in de winter, als het niet altijd even gemakkelijk is."

    Het doel was om binnen een maand 250 jongens- en meisjespyjama’s in te zamelen en te kopen. In de eerste week zamelde de club al 500 dollar in en kwam er een aantal toezeggingen voor donaties binnen. — Verhaal: Wendy Rose Gould, foto: Ryan Williams/Williams-Grand Canyon News
  • Schoonheid kent geen leeftijd

    aug 13, 2014
    Opnieuw een succesvol programma voor de deelnemers en organisatoren van de schoonheidswedstrijd in het Scott Health and Rehab-verzorgingshuis.

    Toen er vrijwilligers werden gevraagd voor het begeleiden van de deelnemers aan een schoonheidswedstrijd, stonden de leden van de Kiwanis-club van Swainsboro in Georgia (VS) in de rij.De clubleden vonden het een eer om bewoners van het verzorgingshuis Scott Health and Rehab te mogen begeleiden bij de tweede jaarlijkse schoonheidswedstrijd.

    “Alle vrouwelijke bewoners mogen meedoen,” zegt Kay Peacock, coördinator van het evenement en lid van de Kiwanis-club van Swainsboro.

    De jury selecteert “Miss Sympathie”, winnaars van de tweede en derde plaats en de “Koningin van Scott Health and Rehab”. De winnares van dit jaar was de 91-jarige Katherine Soles. Zij mag nu meedingen naar de titel “Miss Georgia” in de schoonheidswedstrijd voor bewoonsters van verzorgingshuizen in de staat Georgia (deels gesponsord door de Kiwanis-club van Peachtree, Atlanta, Georgia).

    Volgens de organisatie zorgen deze schoonheidswedstrijden voor een positiever beeld van verzorgingshuisbewoners en hun mogelijkheden om volop mee te doen.

    “Het hele jaar door vertellen mensen uit de buurt hoe fijn ze het vinden dat we deze schoonheidswedstrijd houden,” vertelt Peacock. “Veel mensen uit de omgeving en familie van de deelnemers komen kijken, en het verzorgingshuis krijgt veel publiciteit. En ze zijn om door een ringetje te halen!”  — Cindy Dashnaw
  • Diner ter ere van de sporthelden van de stad

    aug 13, 2014
    Hockey-legende Murray Dryden ontmoet lacrosse-legende Bob Watson bij het diner in de Hall of Fame voor sporters in Guelph, Canada.

    Al meer dan 20 jaar eert de Kiwanis-club uit Guelph in het Canadese Ontario de plaatselijke sportlegendes tijdens een evenement voor de hele gemeenschap.

    In 1987 begonnen drie Kiwanis-leden met het inzamelen van geld door middel van een diner met beroemde sporters als publiekstrekker. Vijf jaar later was de club samen met de stad Guelph sponsor van de Hall of Fame. Het jaarlijkse Sportheldendiner van de club vindt nu tegelijk plaats met de jaarlijkse toelatingsceremonie van de Hall, die honderden mensen trekt.

    Het diner levert de club een winst van bijna 20.000 Canadese dollar op, waarmee allerlei gemeenschapsprojecten kunnen worden ondersteund. De belangrijkste begunstigde is Camp Belwood, een zomerkamp voor kinderen en volwassenen met een beperking.
     
    “Onze winst komt voor het grootste deel uit de verkoop van kaartjes voor de Hall of Fame,” zegt Kiwanis-lid Wayne Mizen, die hielp bij de organisatie van dat eerste diner en sinds 1993 in het bestuur van de Hall of Fame zit. “We vonden dat we iets moesten doen voor de sport, op alle niveaus.”

    De Kiwanis-club van Guelph heeft niet alleen de Hall of Fame opgericht, maar steunt ook de Special Olympics en atleten van de middelbare school. Elk jaar worden de beste jonge atleten van de stad door de club onderscheiden tijdens het diner. 

    Tijdens het diner van juni werden vier personen en één team toegelaten tot de Hall of Fame: indoor lacrosse-doelman Bob (“Whipper”) Watson, veteraan-atleet Thomas McKenna, hockey- en honkbalcoach en -supporter Rob Holody, hockey-scheidsrechter James King en het Kiwanis-jeugdhonkbalteam van 1960, het eerste team uit Guelph dat de provinciale kampioenschappen van Ontario won. Het totale aantal leden van de Hall of Fame bedraagt nu 116, waaronder 18 teams. De eerste toelatingsceremonie was in 1993.  — Michael Jackson

blog comments powered by Disqus